



Handdruk met Geert Bonte

Verleden en loopbaan bij De Bolster
Was het een kinderdroom om ooit directeur te worden van een VAPH voorziening?
Neen, helemaal niet. Als kind uit een arbeidersgezin wilde ik in eerste instantie timmerman worden hierbij kijkende naar een oudere neef. Na wat gepush en het doorlopen van mijn middelbare studies in het college in Menen was het de bedoeling om regent lichamelijke opvoeding te worden, wat in het verlengde lag van de vele uren die ik toen sportte. Na een aantal sportongevallen en bijhorende breuken gooide ik het roer compleet om en koos ik in 1979 voor de richting orthopedagogie aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Dit lag in het verlengde van de vakantiejobs die ik sinds mijn15de deed in MPI De Lovie in Proven (Poperinge). Ik was gefascineerd door de doelgroep, enerzijds door hun spontaniteit en warmte, anderzijds wou ik weten hoe zij precies redeneerden.
Ik was tussen 1987 en 2007 tewerkgesteld bij personen met een verstandelijke beperking verblijvende in de psychiatrie (eerst in Beernem, later in Gent, tenslotte in Zelzate). Toen ik eind 2006 een vacature voor agogisch directeur zag in De Bolster bij dezelfde doelgroep, dichter bij huis en in de VAPH sector (met meer personeelsmiddelen dan in de psychiatrie) dan heb ik niet geaarzeld om te solliciteren, wel wetende dat dit zou betekenen dat ik minder tijd zou kunnen doorbrengen bij de doelgroep.
Wat herinner je je nog van je eerste dagen bij De Bolster, toen je in 2007 begon als agogisch directeur?
Ik weet vooreerst nog goed dat ik nog nooit gehoord had noch van Mariaheem, noch van Ter Wilgen ook al woonde ik reeds 16 jaar op 7 kilometer vanBeerlegem. Ik herinner mij mijn eerste dag (1 maart 2007) nog alsof het gisteren was; vooral het warme welkom dat mij toen te beurt viel. Ik stond die dag in het centrum van de belangstelling wat voor mij een nieuw gegeven was.
Ik heb die dag ook vernomen dat er niet langer sprake was van een samenwerkingsverband maar dat er een fusie gerealiseerd was. Ik hoorde toen reeds dat dit veel gevoelens ontlokte in beide voorzieningen. De functie agogisch directeur was nieuw in de voorziening. Ik heb het geluk gehad om deze functie vorm te mogen geven.
Hoe ervaarde je de overstap naar algemeen directeur in 2008?
Achteraf bekeken was dit een beetje een stap in het onbekende. Ik werkte weliswaar reeds 18 maanden in de voorziening maar had weinig zicht op wat kwam: taakinvulling van de algemeen directeur, samenwerking met bestuur, overleg met vakbond, … Vooral het besef dat je nooit neutraal aanwezig bent op een overleg en er regelmatig naar je gekeken wordt om beslissingen te nemen teneinde voortgang te kunnen maken was toch wel even wennen.
Wat waren volgens jou de grootste uitdagingen in die beginjaren?
In de beginjaren is veel tijd gegaan naar het operationaliseren van het fusieverhaal: opstart van site overschrijdende vakgroepen, stroomlijnen van een aantal processen, opstellen van een gemeenschappelijk arbeidsreglement, opstellen van een nieuwe visie, van een nieuwe naam en bijhorend logo …. Niet altijd even gemakkelijk aangezien hier gevoeligheden op zaten. In origine waren het 2 charmante voorziengen weliswaar met een totaal verschillende cultuur.
Veranderingen in de sector
De grootste verandering die ik meegemaakt heb is de invoering van de persoonsvolgende financiering (PVF) vanaf 2017. Dit is een grote omwenteling geweest in de sector. Dit betekende een totaal nieuw takenpakket voor diverse functies, ook voor die van algemeen directeur. Ik zeg altijd dat we voor de PVF in een ‘gemakkelijke zetel’ zaten zonder dit te beseffen. De opstart van PVF betekende het einde van de erkenningen, het einde van de historische personeelskaders, de opstart van woon- en leefkosten, het persoonsvolgend zijn van budgetten, ... Dit noopte voorzieningen om nieuwe paden te bewandelen, om initiatief te nemen zodat we als vergunde zorgaanbieder een betekenisvolle(re) speler werden in het zorglandschap. Dankzij een aantal gerichte acties en de inzet van velen zijn we erin geslaagd om de nodige stabiliteit en rust te behouden, om te groeien en om De Bolster op de kaart te zetten in de regio Zuid-Oost-Vlaanderen. Dit was geen gemakkelijk pad aangezien dit gebeurde in
tijden van besparingen.
Passen de overname van De Kleppe en De Hoop in dit traject?
We zien de evolutie naar schaalvergroting in diverse sectoren: in ouderenzorg, ziekenhuiswereld, onderwijs, maar ook in onze sector. Door schaalvergroting is het mogelijk om een gevarieerder en deskundiger ondersteuning aan de cliënt te geven. Hierbij is het belangrijk om de basiszorg lokaal te organiseren met oog voor voldoende autonomie en om de ondersteunende zorg centraal te realiseren met oog voor afstemming. De overname van De Kleppe voegt met zijn vakantiecentrum een extra aanbod toe aan het portfolio van de voorziening.
Door beide overnames kunnen we onze werking in de regio Brakel en Zottegem verder uitbouwen wat goed is voor cliënten uit de nabije omgeving. Wat mij betreft mag De Bolster mits een goed doordachte organisatiestructuur nog verder groeien, intersectoraal indien mogelijk.
Persoonlijke insteek en interesses
Vanuit mijn achtergrond heb ik steeds een allergie gehad voor ‘stadhuiswoorden’ en een doorgedreven papieren uitwerking (visies, procedures, afspraken, …). Ik ben nogal voorstander van een opstart van initiatieven vanuit de praktijk. Ik heb in mijn loopbaan echter geleerd dat deze benadering ook zijn beperkingen heeft. Ik zie dat de grootste voortgang gerealiseerd is nadat er een nieuwe missie/visie geformuleerd werd. Dit was zowel het geval in 2010 als in 2020.
Als persoon heb ik het destijds vaak moeilijk gehad met beslissingen die genomen werden van bovenuit door mensen ‘die de werking van alledag niet kenden’. Ik had dan ook de intentie om meer tijd te nemen om de vinger aan de pols te houden met de werkvloer. In eerste instantie lukte dit nog aardig als agogisch directeur. Met de opstart van PVF was al vlug duidelijk dat er meer tijd moest vrijgemaakt worden voor externe netwerking, iets wat ik al vlug graag deed. Ik heb de voorbije jaren meermaals geworsteld met het begrip participatie. Op een gegeven ogenblik heb ik de (al of niet juiste) keuze gemaakt om de mate van inspraak te linken aan de job: hoe dichter het thema aansluit bij de eigen job en leefwereld, hoe groter de inspraak.
Toekomst en pensioen
Ik ga samen met mijn vrouw Ann op pensioen op 1 mei 2026. Het is tijd om te onthaasten, wat in ons geval geen synoniem is van rustig aan doen. Wij hebben veel hobby’s en interesses en willen hiervoor de nodige tijd kunnen nemen overdag. Tegenwoordig is dit na de uren en in het weekend zit dit meestal gewrongen tussen andere activiteiten. Wat mij betreft gaat dit over: werken in de tuin, lezen (van thrillers), fietsen, wandelen, animatie avonden organiseren (o.a. quiz), reizen, zorgen voor kleinkind(eren?), …
Wij willen de komende jaren terwijl we het fysisch nog aankunnen een aantal verre reizen maken: op ons keuzelijstje staan Zuid-Afrika, Australië of Nieuw Zeeland, Canada en Thailand. We zien wel wat het uiteindelijk zal worden.
Tenslotte wil ik nog meegeven dat De Bolster (cliënten en netwerk, medewerkers en vrijwilligers) voor altijd in mijn hart zal blijven. Dankzij jullie heb ik de kans gekregen om te kunnen ontbolsteren. Ik denk met plezier terug aan de mooie contacten en gezamenlijke realisaties. Ik ga dit missen. Het ga jullie goed.


